De woordenrijke wereld van Eva Corijn

Er waren twee redenen waarom ik, Ilse van Blue Lines, graag eens met vertaalster Eva Corijn wou praten: haar taalbeheersing van niet 1, niet 2, maar 3 talen (om nog te zwijgen van de vele andere talen die ze ‘redelijk’ goed spreekt) en haar creativiteit. Meertaligheid en creatief vertalen werden dan ook de invalshoeken van dit interview.

Vooraleer we over taal praten, hebben we het over wonen in Stockholm en wonen in Gent. Over de charme van bruine kroegen boven hipstercafé’s. Over het genot van papieren boeken lezen boven scherm kijken. Traag maar zeker komen we bij de insteek van het interview terecht: de intense taalervaringen van een meertalige, creatieve vertaalster. 

“Ik wil in de aarde van de taal wroeten. Zaailingen van lettergrepen planten. Zien hoe zinnen groeien. Teksten oogsten.” 

Denk je dat jouw meertaligheid helpt om creatief met taal om te gaan? 

Ik denk dat meertaligheid het net moeilijker maakt om creatief te zijn. Als ik vertaal dan kan het gebeuren dat ik op het perfecte woord kom, maar dan besef dat het niet in de taal bestaat waarnaar ik moet vertalen. Dan denk ik: “verdorie toch, dit is een Zweeds woord en ik moet naar het Engels vertalen, en in het Engels is er geen volwaardig alternatief.” Mijn liefde voor taal helpt me veel meer vooruit dan mijn meertaligheid. 

Wat zijn volgens jou dé kwaliteiten van een creatieve vertaler? 

Je moet inzien dat wat je vertaalt een idee is en niet noodzakelijk een woord of zin. Sommige vertalers willen te letterlijk vertalen. Je moet durven loskomen van de tekst en in de doeltaal schrijven wat de auteur wil zeggen. Soms moet je het ook niet te ver willen zoeken, en heel natuurlijk de voor de hand liggende woorden gebruiken. Een voorbeeld: onlangs was er een soort cultuurmarkt in Stockholm en er was een grote discussie over hoe het woord ‘konstskapare’ (letterlijk ‘kunstscheppers’) vertaald moest worden. Er werd hevig gebrainstormd: kunstmakers? Kunstcreators? Ik had iets van: halloooo, what about ‘kunstenaars’? 

Onlangs gaven jullie mij de uitdagende opdracht om de lyrics van Amenra te vertalen. Ik zeg je: de songteksten van Amenra kan je niet letterlijk vertalen. Maar je kan wel gevoelens en boodschappen weergeven en verwoorden in de doeltaal: begrijpen dat ze over een raaf schrijven om angst op te weken, of over de dageraad om de terugkeer van hoop te symboliseren. Misschien kan je dus als creatieve vertaler ook maar beter een gevoelsmens zijn, die de boodschap aanvoelt wanneer die eigenlijk niet te verwoorden is. 

Is een creatieve vertaler per definitie een goede copywriter? Waarom wel/niet? 

Ik heb zelf enkele jaren als communicatieverantwoordelijke en tekstschrijver voor ngo’s gewerkt. Als je teksten schrijft dan gaat het niet alleen om de tekst an sich, maar ook om doelstellingen, doelpubliek, SEO, … Niet elke vertaler wil bezig zijn met strategie. Anderzijds is ook niet elke copywriter een goede vertaler. Een copywriter heeft vaak de drang om een tekst naar eigen hand te zetten, dingen weg te laten, bij te schrijven, te verbeteren, en dat zijn dingen die je als vertaler beter niet doet. 

Kan je een creatief vertaler worden of ben je dat van nature? 

Taalgevoel is een basisvereiste, maar je kan wel groeien in creativiteit als je er aanleg voor hebt. Wie goed wil schrijven moet veel lezen. Hoe groter je woordenschat is, hoe meer je kan gaan goochelen met taal. Ik zoek dan ook vaak synoniemen op om mijn woordenschat rijker te maken. Slaap is voor mij ook belangrijk. Ik merk het verschil in resultaat wanneer ik (niet) uitgeslapen ben. 

Waarom ben je vertaler geworden? 

Ik heb Oosterse talen en culturen en Scandinavistiek gestudeerd, en daarna heb ik nog een tweede master gehaald in internationale relaties. Het is lange tijd mijn droom geweest om diplomate te worden tot ik na een stage besefte dat ik helemaal geen diplomate wou worden, en wel omdat ik niet erg diplomatisch ben (lacht). Ik besefte dat ik beter mijn stem kon gebruiken om luid te spreken over de dingen waar ik in geloof in plaats van mijn mond te houden. Vrouwenrechten, klimaat, mensenrechten, democratie: dat zijn onderwerpen die mij nauw aan het hart liggen. Omdat ik heel graag schreef, heb ik rond die thema’s gewerkt als communicatieverantwoordelijke bij ngo’s. Maar bij communicatiewerk komt er ook veel sociale media kijken, en ik ben niet zo’n fan van sociale media. Ik erken het belang ervan, maar ik vind het de dood van de creativiteit. Denk maar aan karakterlimieten. Ik wil niet gestuurd worden in mijn woordgebruik. Ik wil niet bezig zijn met likes en bereik en socialemediastrategie. Ik wil met mijn handen in de aarde van de taal wroeten. Zaailingen van lettergrepen planten en zien hoe zinnen groeien. Ik wil teksten oogsten. Zo compleet en concreet wil ik met taal bezig zijn. Het geeft me dan ook veel voldoening om als schrijver en vertaler ‘puur’ met taal te werken, elke dag opnieuw. 

Zou je nog een boek willen schrijven? 

Ja, ik zou graag een roman schrijven, maar ik heb intussen zoveel fantastische boeken gelezen dat ik schrik krijg. Taal kan zo mooi en inspirerend zijn dat het als een misdaad zou aanvoelen om iets te publiceren dat niet van ongrijpbare schoonheid is. Neem nu de werken van Hilary Mantel en Jeanette Winterson. Ik lees soms zinnen uit hun werk die zo mooi zijn dat ik denk: ik neem een penseel en ik schilder die zin op mijn muur. Ik heb ook plastic vellen op mijn ramen hangen waar ik gedichten op schrijf. Geen eigen gedichten, maar gedichten van Herman De Coninck bijvoorbeeld. 

Je bedrijfsnaam is Maybe Purple, vanwaar die keuze? 

Vaak kiezen mensen die met taal bezig zijn een bedrijfsnaam als ‘Tussen de regels’ of ‘Met andere woorden’. Ik wou graag iets originelers en persoonlijkers. Ik heb uiteindelijk een naam gekozen die met mijn grootmoeder te maken heeft. Mijn grootmoeder, die in België woont, heeft het vaak over ‘mauve’, haar favoriete kleur. Dan zegt ze bijvoorbeeld: “kijk naar die bloemen in de tuin, hoe mooi mauve die zijn”. Dan zeg ik: “oma, die bloemen zijn paars.” Of ze zegt: “kijk eens wat een mooie mauve zetel.” Dan zeg ik: “oma, die zetel is lila.” Lila, fuchsia, paars, … voor oma is het allemaal mauve. Het is een running joke in de familie: wat bedoelt oma met die mysterieuze kleur mauve? Ik denk dat die kleur maybe purple is. In oma’s hoofd is mauve een evidentie, maar in feite is het redelijk onvertaalbaar. Ik wil mensen helpen met het onvertaalbare te vertalen. Dat is het verhaal. 

Werk je graag voor Blue Lines? 

Jullie bij Blue Lines schrijven echt wel leuke teksten. Als ik voor Blue Lines teksten naar het Engels vertaal dan kan ik mijn creativiteit gebruiken, want er zitten altijd kwinkslagen en woordspelingen in de brontekst, en daar moet ik toch even over nadenken. Hoe creatiever de brontekst, hoe uitdagender om te vertalen. Een droog persbericht bijvoorbeeld, daar race je door, maar als er meer kleur in de tekst zit dan steek je er meer tijd in. 


“De taal die je het best beheerst is niet persé je moedertaal”

Je bent perfect tweetalig Engels/Nederlands én woont in Zweden. Hoe is dat zo gekomen? 

Mijn vader heeft een tijd voor de VN gewerkt. Ik ben made in Thailand, want tot voor mijn geboorte woonden mijn ouders in Bangkok. Ik groeide op in Jakarta in Indonesië, in een internationale omgeving. Van kleins af aan heb ik vooral in het Engels gespeeld, hobby’s gevolgd, school gelopen, … . Mijn ouders spraken Nederlands met mij, maar iedereen rondom mij sprak Engels in die internationale omgeving. Later heb ik in het Engels (in Zweden) en in het Nederlands (in Gent) universitaire studies gedaan. 

Ik ben in Zweden blijven plakken omdat ik denk dat er weinig andere plekken zijn waar je als jonge vrouw zo’n optimale levenskwaliteit kan genieten. Het is een feministisch, welvarend, goed gerund land, waar vrijheid een belangrijke waarde is. Tegelijkertijd zou ik op vele plekken kunnen wonen. Ik heb in Japan gewoond, in Hong Kong, in Thailand, ik zou in feite eender waar kunnen wonen. 

Ondervond je last van tweetalig opgroeien? Taalverwarring? Moeilijkere taalontwikkeling? 

Voor kinderen rolt taal er gewoon als iets vanzelfsprekends uit. Een groot taalgevoel hebben helpt natuurlijk. Ik heb zelf in ieder geval nooit last van taalverwarring gehad. 

Wat is voor jou je echte moedertaal (de taal die je het best beheerst)? Waarom die taal? 

Moedertaal is in vertalerskringen zo’n geladen term. Ik vind niet dat de taal die je het beste beheerst persé de taal van je moeder of vader is. Mijn oom bijvoorbeeld is in het Nederlands opgevoed maar heeft jarenlang in Japan, Jamaica en Canada gewoond. Zijn Nederlands is erbarmelijk, maar in het Engels is hij een geweldige schrijver. Je taalbeheersing verandert, net zoals jijzelf verandert. Voor mij is Engels vandaag de taal die ik het beste beheers. 

In welke taal denk je? 

Ik heb mezelf proberen te monitoren om op deze vraag te kunnen antwoorden, maar ik kwam tot de conclusie dat een mens misschien niet echt ‘woordelijk’ denkt. Als ik kook, dan denk ik bijvoorbeeld niet: en nu ga ik de tomaat snijden. We redeneren natuurlijk wel in gedachten, voeren denkbeeldige conversaties. Wat dat betreft ben ik een taalkameleon: in een Engelstalige omgeving zal ik in het Engels redeneren, ben ik op een etentje met Zweedse vrienden dan zal ik in het Zweeds denken. Bij mijn Belgische familie redeneer ik in het Nederlands. 

In welke taal droom je? 

Dat is een goede vraag waarop ik ook nog kan antwoorden, want ik praat veel in mijn slaap. Volgens mijn vriend praat ik binnen een en dezelfde zin in 3 verschillende talen. Ik begin een zin in het Zweeds, vervolg in het Engels en maak de zin af in het Nederlands. In mijn hoofd staan dus meerdere talen op actief. 

Hoe zou je de talen Engels, Nederlands en Zweeds omschrijven? 

Engels is mijn werktaal. Het is een ongelofelijk creatieve taal met oneindig veel mogelijkheden. Zelfs als ik Nederlands praat gebruik ik constant Engelse termen. Ik vind dat Engels het rijkst is in woordenschat. Nederlands vind ik soms iets heerlijk middeleeuws hebben. Neem nu een woord zoals ‘schabouwelijk’ of ‘pintelieren’ – dan zit je toch direct met een kruik bier in een groezelige taverne in een donker steegje? Zweeds is nogal een abstracte taal. In het Zweeds worden woorden aan elkaar geplakt tot er gigantische substantieven ontstaan. Daarom is Zweeds tegelijk compact en vaag. Een ideale taal voor overheidsinstellingen, zeg maar, met veel abstracte woorden waarvan je je kan afvragen: wat betekent dit nu eigenlijk? 

Tussen Engels, Nederlands en Zweeds zijn er veel raakvlakken. Als je Nederlands en Engels kan, dan kan je makkelijk Zweeds leren. Maar als je de sprong wil maken naar bijvoorbeeld Japans of Chinees, dan heb je geen enkele kapstok. Oosterse talen leren is daardoor vaak een les in bescheidenheid: Sisyphuswerk voor ware taalliefhebbers (of voor masochisten, het is maar zoals je het bekijkt). 

Zou je je kinderen meertalig opvoeden? Waarom wel/niet? 

Ik wil zelf geen kinderen, maar mocht ik er hebben dan zou ik ze absoluut meertalig opvoeden. Als er een meertalige omgeving is, dan vind ik het een must om kinderen daarvan te laten proeven. Als je alleen al kijkt naar de carrièremogelijkheden die dat brengt. Als Belg perfect Nederlands én Frans spreken is toch een enorme winst op de arbeidsmarkt. Ook internationaal, als je kijkt naar de talen van de VN. Stel dat je Mandarijn en Frans kan. Of Russisch en Arabisch, dat is een geschenk. 

Wanneer ‘spreek’ je een taal? 

Wat is een taal kunnen? Ik vind dat een heel moeilijke vraag. Kan je een taal als je erin de weg kan wijzen op straat? Als je het nieuws op de radio kan volgen? Als je wiskundige boeken kan lezen in die taal? Als je een juridisch contract kan schrijven in die taal? Zelf vind ik dat je écht een taal kan als je grappen kan maken, humor verstaat en kan flirten. Zo kunnen spelen met taal, dan kan je echt de finesses. 

Welke taal vind je het mooist? 

Ik heb een tijdje in Japan gewoond, om Japans te studeren. Dat was niet evident, want Japans is een taal die als zand door je vingers loopt. Het is tegelijk een rijke én compacte taal. In het Japans bestaat er bijvoorbeeld een woord voor de kleur van bergen in de verte. Dat is bijna net zo mooi zoals oma’s mauve (lacht). Ik vind Engels ook bijzonder mooi, maar de aantrekkelijkste taal is de taal die ik nog niet beheers. Ijslands trekt me aan, en Deens, en Kantonees. Maar stel dat ik Kantonees en Ijslands kan, dan zou ik wellicht Koreaans willen leren. Mijn taalhonger is groot! Ik had me vorige herfst ingeschreven voor een cursus Welsh. Vrienden zeiden: “Eva, een cursus Welsh, waarom zou je dat doen, wat is het nut?” Ik dacht: net daarom. Ik wil iets leren dat geen nut heeft. Welsh klinkt gewoon zo mooi. Helaas werd de cursus geannuleerd, wellicht omdat ik de enige onnozelaar was die Welsh wou leren (hahaha). 

Ik ben gulzig wanneer het op taal neerkomt, dat staat vast. Mijn broer en ik wisselen lijstjes met mooie woorden uit. Als ik een boek van Stephen Fry lees, die een prachtige woordenschat hanteert, dan schrijf ik af en toe woorden op. Ik wil die kunnen koesteren. Ik krijg niet genoeg van taal, van uitdrukkingen die tonen hoe apart een taal kan zijn. Taal is zo’n schitterende schat, zo’n rijkdom (zucht).

Offerte aanvragen?

Overtuig jezelf en vraag een vertaling aan. Wij zetten met plezier ook de puntjes op jouw i.

Vraag offerte