Blauwelijntje, of de vormgever die in copywriting zijn roeping vond

Zo rond mijn achtste werd ons gedeelde bureaukamertje plots ingepalmd door een derdehandse, vergeelde desktop-pc. Aanvankelijk leek het logge Windows 98-systeem zonder internet tot weinig in staat: een geblokt spelletje van een decennium terug, een sporadische zoekopdracht op Encarta, een primitieve 3D-screensaver … Toch ging ik op onderzoek uit in de krochten van die veredelde rekenmachine. Zo ontpopte ik mij als grafisch virtuoos in MS Paint en schreef ik korte avonturen in WordPad, die langer leken te worden naarmate ik de lettergrootte opkrikte. Beeld en tekst fascineerden me mateloos en hielden me uren zoet. Niet veel later was de kogel door de kerk: ik moest en zou grafisch vormgever worden.

Zo gezegd, zo gedaan

Na een hoger onderwijsparcours waar ik slaapwandelend doorheen hobbelde, kon ik mijn cv opluisteren met een master grafisch ontwerp. Een half jaar later werd ik grafisch vormgever bij een communicatiebureau in Halle, wat een tweetal uur pendelen per dag inhield. Om de tijd op de trein zinvol in te vullen, sloeg ik fervent aan het lezen. Vooral werken uit de negentiende en de vroege twintigste eeuw grepen mijn aandacht: dromerige verhalen met flamboyante zinsneden en woorden die dropen als kaarsvet. Gaandeweg werd mijn passie voor taal, die bijna op de achtergrond verdwenen was, weer aangewakkerd. Mijn verhalen en hersenspinsels waren samen met de inmiddels antieke pc op het containerpark beland, maar mijn affiniteit met taal was nog steeds diepgeworteld in mijn rechterhersenhelft. 

Met de pandemie kwam ook mijn C4 aanwaaien. Plotsklaps stond ik met die envelop op de drempel van het kantoor en lag de wereld aan mijn voeten. Ik kon het ijzer smeden als het heet was en logo’s, brochures en websites blijven uitrollen. Maar de roep van de taal was sterk en mijn vingers kriebelden om de pen ter hand te nemen. Achteraf gezien, was die C4 de duw in de rug die ik nodig had om mijn passie voor taal in woorden om te zetten. 

De roep van de Engelen

Die nacht werd ik bezocht door engelen met wapperende, inktblauwe gewaden. “Gij zult copywriter worden”, fluisterde de ene. En de andere, met een stem als een zwoele zomerbries: “Gij zult het olijke genootschap van de Blauwe Lijnen opzoeken en hun beproeving met vlammende pen overwinnen. De inkt zal vloeien en gij zult herboren worden.” En ja, zo is het inderdaad gegaan. Min of meer. 

Eigenlijk zijn er veel gelijkenissen tussen vormgeving en taal: je vertrekt vanuit de huisstijl van de klant en streeft bij elke nieuwe creatie naar een resultaat dat tegelijk leesbaar en inspirerend is. Alleen stuit je als grafisch ontwerper snel op beperkingen: de beelden die je in gedachten had, zijn niet voorhanden, je droomontwerp blijkt technisch niet haalbaar … Wat me daarentegen aantrekt tot het schrijven is de grenzeloosheid en flexibiliteit van taal. Een potlood en een vel papier volstaan om op ontdekkingstocht te kunnen gaan.

Taal is een schatkist waar je eindeloos woorden uit kan putten. Als kersvers copywriter duik ik headfirst in elke nieuwe schrijfopdracht om met die pareltjes naar boven te komen die een tekst inspirerend en rijk maken. En soms, heel soms, waan ik me opnieuw het kind dat zijn fantasie de vrije loop liet achter dat vergeelde toetsenbord van die kolossale Pentium II computer.

Offerte aanvragen?

Overtuig jezelf en vraag een vertaling aan. Wij zetten met plezier ook de puntjes op jouw i.

Vraag offerte